
Het mineraal is verschrikkelijk hard. Het heeft de hardheid 9. Na diamant, die een hardheid van 10 heeft, is korund het hardste mineraal. Vanwege zijn hardheid is het mineraal al heel lang bekend. In de achttiende eeuw werd amaril op Naxos, Griekenland, al gebruikt als slijp- en polijstmiddel. Het heeft even geduurd voordat men ontdekte dat korund ook mooie transparante kristallen kan vormen die prachtige blauwe en rode kleuren kunnen hebben.
Robijn en saffier zijn mineralen die horen tot de groep van korund. Korund vormt trigonale kristallen die wel wat op tonnetjes lijken. De kleur van korund is vaak grijzig of bruinig. Deze variant is ondoorzichtig en ondoorschijnend en wordt amaril genoemd.
Korund ontstaat meestal tijdens metamorfe processen; korund kan dan ook gevonden worden in metamorfe gesteenten als marmer, schist en gneis. Daarnaast wordt het in magmatische gesteenten gevonden, nl. in syenieten, lamproieten en pegmatieten, en in zones rond peridotieten. Ook in afzettingen die ontstaan zijn door verwering van de genoemde gesteenten kan korund gevonden worden. De meeste korundkristallen hebben een grijzige of bruinige kleur. Deze korundvariant wordt amaril genoemd. De naamgeving van de korund die edelsteen kwaliteiten heeft gebeurt naar de kleur waarbij de rode variant robijn en de blauwe variant saffier wordt genoemd.
In korund kunnen insluitsels, vaak zijn dit kleine rutielkristalletjes, aanwezig zijn die kristallografische richtingen volgen. De insluitsels komen dan om de 60° terug. Deze insluitsels kunnen na aanslijping voor een mooi effect zorgen. Door brekingseffecten van het licht dat op deze insluitsels valt kunnen deze richtingen eruit springen. Het mineraal moet dan zo geslepen worden dat de C-as vertikaal staat. De lichteffecten leveren dan een mooi stereffect op.